De Kadastrale hulpkaart, cultureel erfgoed!

De Kadastrale hulpkaart, cultureel erfgoed!


Gedurende ongeveer 150 jaar is door het kadaster elke mutatie in  grondeigendom en elke verandering in bebouwing vastgelegd in een hulpkaart. Deze manuscriptkaarten, in een vaste A3 afmeting , zijn in mappen opgeborgen en gerubriceerd per gemeente en daarbinnen per sectie . Ze worden binnen het dagelijkse werk bij het kadaster zo nu en dan als naslag geraadpleegd.  In onze provincie zijn ongeveer 250 duizend hulpkaarten aanwezig bij het kadaster.

In verband met voortgaande automatisering is besloten al deze kaarten te digitaliseren ,te scannen, en dan de scans  voor het kadastrale werk als naslag te gaan gebruiken in plaats van de originele kaarten.  Besloten is in vervolg daarop de originele kaarten te vernietigen.  Voor onderzoekers is dat jammer, net nu deze kaarten gemakkelijker beschikbaar zouden kunnen komen .

Het opnemen van dit onderwerp op deze site heeft als doel te onderzoeken hoe de lokale en regionale historische verenigingen over dit vernietigingsbesluit  denken.  In welke projecten is door hen in de afgelopen jaren gebruik gemaakt van hulpkaarten en wat is hun ervaring hiermee. Door de niet gemakkelijke toegang tot de kaarten is het gebruik van de kaarten en ook de bekendheid er mee beperkt gebleven

Het bedoelde besluit tot digitalisering en vernietiging  is recent in de Staatscourant gepubliceerd, met de mogelijkheid bezwaar in te dienen tot 2 mei 2011. Inmiddels is door diverse onderzoekers en historici in het land bezwaar ingediend.

Hopelijk worden de komende tijd argumenten aangevoerd die leiden tot het afzien van de  vernietiging,die overigens niet zal plaatsvinden voor 1 januari 2014. 

Graag horen we hoe u hier over denkt

Joop Schuite,     jhschuite@home.nl

Hoe zit dat met die kadastrale hulpkaarten

Vervolg  hulpkaarten.
Het HCO heeft zich in de afgelopen jaren  sterk toegelegd op het beschikbaar stellen van  bronnen voor genealogie en lokale historie, en vooral veel werk verzet in voorlichting over deze bronnen. Op de websites van het HCO staan heel mooie en bruikbare verhandelingen over  de samenhang en het praktische gebruik van bronnen.
Zo ook de bron  “kadastrale gegevens”,  waar  de handleiding begint met de zin “het kadaster is een schitterende informatiebron over de geschiedenis van onroerend goed sinds 1832” en ook “de kadastrale gegevens zijn voor iedereen ter inzage en worden voor altijd bewaard”
Het HCO beschikt inmiddels over  een formidabel papieren kadastraal  archief, overgenomen van het kadaster die deze stukken na digitalisering niet meer nodig had voor haar werkproces.
Het is een bijna complete en prachtige bron voor onderzoekers waarvan heel veel gebruik wordt gemaakt. Ik zeg bijna compleet, omdat er één zeer belangrijk onderdeel volledig ontbreekt, de hulpkaartenreeks, het broertje van  de legger,  die elke perceelgrens-verandering en bebouwing sinds 1840 visueel laat zien.
Er wordt wel verwezen naar de kaarten in de groene banden “kaarten” in de studiezaal,  delen 5 ,6 en 7, maar waar het de onderzoekers om gaat,  de visuele hulp naast de legger , de hulpkaarten , ontbreken daarin.
Nu het kadaster ook  deze prachtige serie kaarten afstoot na digitalisering, evenals eerder de andere bovenbedoelde stukken, is er de unieke mogelijkheid de papieren kadastrale bron compleet te maken.
Evenals  de andere stukken, die ondanks digitalisering niet vernietigd  zijn, moeten zeer zeker ook de hulpkaarten  bewaard blijven, en niet eens alleen om als onderzoeksbron te dienen voor genealogen, archeologen en lokale historici,maar ook volgens velen als uniek cultuurhistorisch monument.
Echter……………… het Nationaal Archief besloot in overleg met het kadaster, om onduidelijke reden
ze te vernietigen.
We moeten trachten dit te voorkomen.
Een heel verhaal, maar voor wie nog meer wil weten het volgende:

De heer Sleebe veronderstelt dat het Kadaster argumenten noemde   voor de vernietiging maar dat is niet het geval  volgens mij,  zij zijn uitvoerder, het Nationaal Archief bepaalt wat er gebeurt.

Namens het Nationaal Archief is daarom op een vraag naar de argumenten voor het niet bewaren van de hulpkaarten door een functionaris van het NA  in de vakpers uitgelegd om welke redenen hiertoe is besloten.  Dit is na te lezen in het blad Geo-Info  2010-4
Ruimteproblemen werden niet als reden genoemd.

Over enkele van de wél aangevoerde redenen wil ik het volgende opmerken,
(als door mij ingebracht op de hoorzitting dd 27 mei j.l.)

reden1. De slechte materiële staat van deze kaarten.
Mijn weerlegging:
De uitslag van de aselecte steekproef, Geo Info 2010 – 4  pag 22-eindnoot 6,
kan onmogelijk betrekking hebben op de hulpkaart voorraad. Dit zal elke insider bevestigen. Waarschijnlijk heeft de steekproef vooral betrekking op ander, veel gebruikt kaart materiaal zoals plans en veldwerken. Eenzelfde steekproef op alleen hulpkaarten zal substantieel veel lagere beschadigings percentages geven dan in eindnoot 6 is vermeld. Een doorsnee hulpkaart wordt na vervaardiging opgeborgen en sporadisch als naslagdocument geraadpleegd, kan dus eigenlijk niet beschadigd raken.
Mijn  conclusie: het argument is ondeugdelijk.

reden2. Hulpkaarten zijn als onderdeel van het cultureel erfgoed in historisch cartografisch opzicht niet van bijzondere waarde.
Mijn weerlegging:
De hulpkaart(en reeks) is de cartografische ruggegraat van het kadaster en geeft als enig en uniek cartografisch document de mogelijkheid tot een complete en ononderbroken reconstructie (filiatie) van de grenswijzigingen en bebouwingsgeschiedenis tot ongeveer 1840. Alle andere kadastrale kaarten geven slechts de situatie weer van een willekeurig moment eens in de zoveel jaar.  Mijn conclusie : Het argument is onjuist.

reden3. De nauwkeurigheid van de hulpkaart is beperkt.
Mijn weerlegging:
Dit geldt misschien voor enkele hulpkaarten uit de beginperiode medio 19e eeuw
De uit meetresultaten ontstane weergave van kadastrale grenzen op alle overige hulpkaarten ,zeg 95%,voldoet aan de hoogste nauwkeurigheidseisen van het kadastrale systeem. Elke hulpkaart is op deze eisen dubbel gecontroleerd, geverifieerd en ondertekend.  Mijn conclusie: Het argument is onjuist.

reden4. De informatie van de hulpkaart is in gegeneraliseerde vorm verwerkt in andere kaarten en deze zijn bewaard in diverse archieven.
Mijn weerlegging:
De op deze andere kaarten overgebrachte informatie van een hulpkaart wordt bij elke volgende mutatie op deze andere kaart weer verwijderd. Alle voorgaande cartografische informatie wordt daarom uitsluitend op de ononderbroken reeks van hulpkaarten bewaard, en niet op andere kaarten,  in welk archief dan ook
Mijn conclusie: Het argument is onjuist en niet waar

Het klinkt als het advies om je familiefoto,s weg te gooien omdat de informatie in de foto,s in gegeneraliseerde vorm is verwerkt in je leven!

reden5.  Tussen de hulpkaart en de legger is geen direct verband.
Mijn weerlegging:
De hulpkaart verwijst evenals de legger naar het perceel.
Vanuit de legger is per kadastrale aanduiding een direct verband via het perceelnummer met de hulpkaart waarbij het perceel is ontstaan. De hulpkaart wordt niet gevonden via volgnummer en jaar maar rechtstreeks via het perceelnummer.
Elk historisch onderzoek naar perceelmutaties cq bebouwingsgeschiedenis waarbij de kadastrale legger wordt geraadpleegd  zal zeer gehandicapt zijn zonder de beschikking te hebben over de bijbehorende hulpkaartenserie.
Mijn conclusie:  Het argument is onjuist

Mijn eindconclusie: Genoemde argumenten  kunnen niet serieus worden genomen als argumenten voor  het niet bewaren  van de hulpkaarten.
Welke argumenten dan wel? Ik zou het graag willen weten.
(einde inbreng hoorzitting)

Volgens de heer Sleebe is de reden duidelijk, de omvang.
Maar waarom wordt dit niet  door het NA genoemd?
Hopelijk komt de Directie van het Kadaster binnenkort met  conclusies over de hoorzitting hierover op 27 mei j.l.

De reden dat de hulpkaarten altijd bewaard zijn is dat ze nog steeds onderdeel uitmaken van het huidige werkproces. Daarom is vernietigen nooit aan de orde geweest.  Ik ben het geheel met dhr Sleebe eens dat na 150 jaar alsnog vernietigen onzin is!
Het is niet zo dat de bezwaarmakers  denken dat informatie verloren gaat met vernietiging, de omzetting naar digitale bestanden is zeer nauwgezet gedaan zonder verlies van informatie.
Het gaat mij dus niet niet om vervanging, dat zit wel goed net als met de eerdere vervangingen, maar  om de vernietiging.

Het kadaster  is anders dan vroeger een selfsupporting overheidsdienst die producten en diensten tegen betaling aanbiedt . In die zin is het logisch dat ze ook in de toekomst een vergoeding vraagt voor een digi-hulpkaart, ook al is dat document  heel oud. Het is en blijft een stuk uit haar gewone bedrijfsproces.
Ook hierom is het voor het HCO van belang om de kaarten in papieren vorm als bron aan te bieden naast de andere kadastrale bronnen.
Tot slot is het een goed idee van dhr Sleebe om voorbeelden van hist. onderzoek met behulp van hulpkaarten te laten zien . Ik wil dat graag organiseren, hoe, waar en wanneer dat moeten we dan nog overleggen.
Joop Schuite

Antwoord op artikel Vincent Sleebe

Met een mengeling van verbazing en opluchting las ik de reactie van Vincent Sleebe op mijn pleidooi voor het behouden  van de kadastrale hulpkaarten.

Eerst mijn verbazing,want het gaat helemaal niet over 10 miljoen kaarten landelijk, maar over 3,5 miljoen, dus als je het over plaatsingsproblemen hebt is dat nogal een verschil .

Dan zegt Vincent dat gebrek aan plaatsingsruimte bij Kadaster en  de regionale centra de hoofdreden is van het besluit tot vernietiging. Dat bevestigt mijn vermoeden, vandaar mijn opluchting.  Ik ben blij met de eerlijke opmerking van hem, het is ook een hele onderneming om zo,n groot bestand op te nemen . En alles bewaren kan nou eenmaal niet, ook geheel mee eens.
Het  vreemde is echter dat  op een expliciete vraag aan het Nationaal Archief waarom de hulpkaarten niet integraal bewaard kunnen blijven heel andere argumenten worden opgesomd die niets van doen hebben met opslag- of plaatsingsproblemen.
Nee, de hulpkaarten komen volgens het Nationaal Archief niet voor blijvende bewaring in aanmerking,dit in tegenstelling tot het wel blijvend bewaren van de analoge leggers, omdat:
Ze in slechte materieele staat zouden verkeren,
Ze als cultureel erfgoed niet van bijzondere waarde zouden zijn,
Ze maar beperkt nauwkeurig zouden zijn,
Ze geen unieke informatie zouden bevatten
Ze geen direct verband zouden hebben met de leggers
Deze argumenten zijn echter stuk voor stuk onjuist en weerlegbaar, elke insider zal dat bevestigen.

Het is jammer dat Vincent een van de argumenten zomaar overneemt en zegt: Bovendien zijn de hulpkaarten voor een groot deel in zeer slechte staat, waardoor een kostbare conservering nodig is om ze te kunnen raadplegen. U raadt het al, wie gaat dat betalen?
Deze opmerking klopt niet, heeft geen betrekking op hulpkaarten, en al helemaal niet op de hulpkaarten van de voormalige Overijsselse Kadasterkantoren.

Er  is niks mis met de hulpkaarten , ze zijn in heel goede staat en hoeven niet te worden gerestaureerd.Ze zijn de ruggegraat van de historische kadastrale kartografie en vormen  samen met de leggers een eenheid , ze horen bij elkaar en moeten ook samen bewaard worden.
Als plaatsing gezien omvang van het bestand toch probleem is zou plaatsing  moeten worden overwogen bij andere instanties,bij voorbeeld de Gemeenten,in plaats van vernietiging Voor gemeentearchieven zou dit een prachtige versterking zijn ,oa voor hun bouwbescheidenarchief van de laatste 150 jaar, terwijl het maar om enkele meters archiefruimte per gemeente gaat
Ik zou graag willen weten hoe gemeenten hierover denken.

Nog even dit , de papieren hulpkaart versus de scanhulpkaart:
Als bron en hulpmiddel bij historisch onderzoek is het niet mogelijk de gelijktijdige raadpleging van reeksen hulpkaarten op je tafel te vervangen door 1voor 1 scan-raadpleging.

De oproep van Vincent Sleebe aan de historische verenigingen steun ik, maar wil dit daarnaast graag uitbreiden met de vraag zich sterk te willen maken en ondersteuning te willen  verlenen aan de poging het prachtige erfgoedobject, de unieke papieren hulpkaartcollectie, te bewaren.

Ingezonden door Vincent Sleebe op do, 09/06/2011 - 09:52.

Zonder in een welles-nietes spel te komen, wil ik graag reageren op de reactie van de heer Schuite. Het gaat volgens hem niet om 10 miljoen maar ‘slechts’ om 3,5 miljoen kaarten. Elders wordt het aantal van 9 miljoen genoemd, dat is inclusief de veldwerken. Overigens is 3,5 miljoen nog steeds een respectabel aantal. Zelfs als we ervan uitgaan dat het voor Overijssel om een klein deel daarvan, zeg 100.000 kaarten, gaat, komen we nog op een bestand dat de huidige kaartencollectie van het HCO vele malen in omvang overtreft.

Het verbaast me dat tijdens de hoorzitting over de machtiging tot substitutie de omvang niet als motief genoemd is. Dat lijkt me toch een sterker argument dan alleen de restauratiekosten, ook al vallen die voor Overijssel dan blijkbaar mee. Helaas kan ik niet nagaan of de andere argumenten die het Kadaster geeft, valide zijn of niet. Ik neem aan dat daar tijdens de hoorzitting aandacht aan is besteed. Maar om de hulpkaarten na ruim 150 jaar nog tot niet te bewaren en dus te vernietigen materiaal te verklaren is wat mij betreft onzin. Dan had men het meteen moeten vernietigen.

Niettemin verbaast het me wel dat de bezwaarmakers ervan uitgaan dat met het vernietigen van de originelen ook de informatie verloren gaat. En dat is juist niet het geval, doordat het gedigitaliseerd wordt. Het gaat om vervanging, niet om vernietiging op zich. Als historicus-van-huis-uit ken ik de sensatie van het oude materiaal voor je op tafel te krijgen door te mogen bladeren. Maar de realiteit is dat dit de komende jaren steeds minder zal worden omdat er meer digitaal beschikbaar komt. Ook al zouden de hulpkaarten bewaard worden, dan nog zullen de meeste onderzoekers zich tevreden moeten stellen met het digitale beeld. Zoals nu ook met de burgerlijke stand en andere genealogische bronnen gebeurt.

Wat mij veel meer zorgen baart dan de substitutie, is dat het Kadaster zich tot nu toe niet houdt aan de verplichting dat overheidsinformatie na 20 jaar openbaar wordt en gratis ter inzage voor het publiek komt. Dat dreigt nu ook te gebeuren. In dit geval dus dat de scans van de hulpkaarten alleen maar tegen betaling bij het Kadaster geraadpleegd kunnen worden. Het is hoog tijd dat aan die situatie een einde komt.

Tenslotte ben ik ook heel benieuwd naar concreet historisch onderzoek waarbij deze kaarten zijn gebruikt. Misschien kan de heer Schuite of iemand van de historische verenigingen daarvan een mooi voorbeeld laten zien?
 

Ingezonden door Vincent Sleebe op ma, 16/05/2011 - 14:36.

Joop Schuite roert een interessant en heikel punt aan. Over dit onderwerp en dan vooral de voorgenomen vernietiging van de originelen is de afgelopen jaren in archievenland veel te doen geweest. Voor Overijssel zijn er zo’n 250.000 hulpkaarten, voor heel Nederland 10 miljoen. En dat is tegelijk het probleem. Waar laten we die 10 miljoen hulpkaarten? Het kadaster krimpt in en kan ze niet meer kwijt. De depots van de regionaal historische centra zijn er niet op berekend en kunnen ze niet plaatsen.

Bij de moderne archiefzorg is er altijd discussie over wat en wel bewaard kan en moet worden. Bij de Haagse ministeries liggen nog tientallen strekkende kilometers archief te wachten op overdracht aan de archieven. Wij in Overijssel zullen daar nog de nodige meters van binnenkrijgen. Maar alles bewaren gaat nu eenmaal niet.
Bovendien zijn de hulpkaarten voor een groot deel in zeer slechte staat, waardoor een kostbare conservering nodig is om ze te kunnen raadplegen. U raadt het al, wie gaat dat betalen?

Dat de hulpkaarten worden gedigitaliseerd, wil niet zeggen dat ze niet meer raadpleegbaar zijn. Doordat de digitalisering plaats gaat vinden in het kader van vervanging van het origineel, zullen de scans aan de optimale normen voor kwaliteit en toegankelijkheid moeten voldoen. Juist door ze te scannen, kunnen wij ze straks gemakkelijker aan het publiek laten zien dan in papieren vorm. Zoals Joop Schuite zegt, ‘door de niet gemakkelijke toegang tot de kaarten is het gebruik van de kaarten en ook de bekendheid er mee beperkt gebleven’. Dat kan met de digitalisering ervan verbeteren.

Met de digitalisering van de hulpkaarten hopen we dus de informatie te behouden én op een gemakkelijker manier aan het publiek ter inzage te kunnen geven. De regionaal historische centra zullen zich daar sterk voor blijven maken bij het kadaster. We roepen de historische verenigingen op om ons daarbij te ondersteunen.

Vincent Sleebe