Geplaatst door: 
CeesWierden
Verhaal

Achttiende-eeuws rumoer in de Wierdense dorpskerk

Auteur: 
C. Hoogendijk

Hoewel de heer van Almelo binnen de Wierdense kerk grote zeggenschap had, ging hij in het begin van de 18e eeuw niet vaak in Wierden ter kerke. Het bedehuis in Almelo stond tenslotte veel dichterbij Huize Almelo! Het voorname, maar vaak leegstaande grafelijke gestoelte in Wierden was echter aanleiding voor rumoer in de kerk.

(Dit artikel is eerder gepubliceerd in 'De Dorpskerk van Wierden" (2007), een gezamenlijke publicatie van de Historische Kring Wederden en de Stichting Bedehuizen Overijssel en Flevoland)

Een zekere Sophia Meijers uit Wierden nam in 1715 “stoutelijck” de vrijmoedigheid om zo maar in de grafelijke “vrouwenbancke” plaats te nemen naast de vrouw van de schout van Wierden (Maria Wolters Smit), die bij absentie van de bewoners van het Huis van Almelo het alleenrecht bezat om de grafelijke bank te mogen bezetten. Ten aanhoren van de gemeente ontstond een heftige woordenwisseling tussen de vrouw van de schout en Sophia Meijers (was zeer waarschijnlijk de dochter van wijlen Albert de Meijer, in leven schout). De strijd werd beslist toen de schout van Wierden, Jan Hesselinck, een schriftelijk bewijs kreeg van de graaf dat hij en zijn vrouw het alleenrecht hadden om de gravenbank – volgens mr. G.J. ter Kuile “het eerwaard getimmerte” - te mogen gebruiken bij absentie van de van Rechterens. Een eeuw later blijkt de heer van Almelo zijn bank in de kerk te verhuren aan ene J.H. van Bueren voor 5 gulden per jaar.

In 1728 vond in de kerk opnieuw een opzienbarend spektakel plaats, toen een afgesloten kerkbank (bank van de adellijke familie Van Langen) “gedurende den Godsdienst” door Gerhardus Brouwer (zoon van de oude schout Hendricks) werd losgebroken. Laatstgenoemde kwestie leidde zelfs tot een rechtszaak, waarbij de familie Van Langen uiteindelijk in 1738 verloor. Vier Twentse advocaten hadden hun kennis ertegenaan gegooid; het dossier telt 680 bladzijden!

En nog was het 18e eeuwse rumoer in Wierden niet voorbij; in 1751 vloog het dorp (letterlijk) in brand! Onbekend is of er door de deze brand schade aan de kerk is ontstaan, maar opvallend zijn de vele kwitanties in het huisarchief Almelo, die aantonen dat tussen 1760 en 1770 aanzienlijke reparatiewerkzaamheden aan de kerk zijn uitgevoerd. Voorbeelden zijn metselwerk, glasreparaties, ijzerwerk, timmerwerk, drie trappen in de toren (gemaakt) en het opnieuw dekken van het leiendak. Het lijkt erop dat de collator een aanzienlijk deel van deze onkosten betaalde of voorschoot.

Reacties