Geplaatst door: 
MSMD webredactie
Verhaal

Nieuwjaarwinnen in Overijssel

Auteur: 
Harrie Scholtmeijer

Vlak na de middernacht, of op Nieuwjaarsdag, gingen de mensen erop uit om elkaar een gelukkig nieuw jaar te wensen. In grote delen van de provincie Overijssel wordt dat wensen winnen genoemd: nieuwjaarwinnen of nieuwjaarofwinnen (de uitspraak van nieuwjaar kan nogal verschillen, maar daar gaat het hier niet om). Waarom dat winnen? Was er een wedstrijd, viel er winst te behalen?

Een wedstrijdelement was misschien dat je de buren, vrienden of familie eerder bezocht dan zij bij jou konden komen, en dan viel er inderdaad wel wat te behalen: een borrel, krentenbrood (stoete) of koeken die typerend waren voor het nieuwe jaar, de zogenaamde iezerkoeken (gebakken in een ijzer) of, in Gramsbergen, een plässie. Het gaat misschien wat ver om dat als winst te beschouwen, maar dat zat er wel in als het ging om het ophalen van een geldbedrag. Vroeger gingen kinderen maar ook wel volwassenen naar de beter gesitueerden in de plaats om ze een gelukkig nieuwjaar te wensen, en daarvoor kregen ze dan bijvoorbeeld een dubbeltje. Toen na de oorlog de sociale voorzieningen beter werden verdween dit gebruik.

Muziek

Het brengen van de nieuwjaarsgroet kon gepaard gaan met muziek: kinderen die met de foekepot rondgingen, maar ook de fanfare of de harmonie kon rondgaan. In Goor ging muziekvereniging Apollo naar de burgemeester en later naar de beschermheer om een muzikale hulde te brengen. Een halve eeuw geleden werd dit gebruik afgeschaft, omdat er vuurwerk tussen de muzikanten werd gegooid. Maar muziek in de winternacht is er elders in Overijssel nog steeds, in Sint-Jansklooster en Vollenhove. Daar heeft men wel een rustiger nacht voor de muzikale rondgang gekozen, namelijk de Kerstnacht.

In het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten (deel 7) is te zien hoe in de Kerstnacht van 2008 de muzikanten van Sint-Jansklooster spelen, niet in het uniform maar in dikke winterkleding. Ook uit Vollenhove herinner ik me de wonderlijke sensatie van de koperblazers die in de nacht als het ware uit het niets lijken op te duiken, en die je vaak al veel eerder hoort dan dat je ze ziet. En natuurlijk kan ook de midwinterhoorn (soms ossenheurne of oalen roop, letterlijk ‘oude roep’ genoemd) een muzikaal contrast met de stilte van de winter vormen.

Eten

Hierboven werd al genoemd dat een gebruik soms in de Nieuwjaarsnacht en soms tijdens de Kerstdagen kan voorkomen, en dat verspringen van de ene feestdag naar de andere zien we vaker. Vroeger was de belangrijkste kerkdienst van het jaar die op Oudjaarsavond; ook wie bijna nooit naar de kerk ging, zorgde er dan voor aanwezig te zijn. Tegenwoordig lijkt die functie overgenomen te zijn door de Kerstnachtdienst. Kerst was destijds voornamelijk een religieus feest; alle andere zaken die we nu met Kerst associëren, zoals de gezelligheid en het overvloedige eten, hoorden toen bij het Oudjaar.

Dat was zelfs zo sterk, dat de oudejaarsavond ook wel toafeltiesoavend of teufelkesaovend werd genoemd (waarbij het deel tafel in de samenstelling steevast als verkleinwoord werd gebruikt). Op zo’n avond werd er veel vlees gegeten, maar soms ook stokvis. De groente was vaak rodekool, en als toetje was er riest met proemen. Voeg daarbij de ölliekrappies (oliebollen), en de koeken (naast de al genoemde ook de knieperties), en we kunnen ons voorstellen dat oudejaarsavond hier en daar ook wel bekend stond als dikkeboekoavend of dikbukiesovend, of, net over de grens in de graafschap Bentheim, vullbuuksaobend.

Steffensdag

De rodekool was er ook wel op Kerstavond, maar ook boerenkool (moos of moes) stond die avond hier en daar op het menu. In Uelsen, in de graafschap Bentheim, heet de Kerstavond dan ook Mööskenaowend. Aan deze kant van de grens, in Losser, werd boerenkool op Tweede Kerstdag gegeten. Die dag heet (niet alleen in Losser) Sint(er)steffen of Steffensdag, de naamdag van St. Stefanus, en dat was traditioneel de dag waarop men met de paarden ging rijden. Zo werd voorkomen dat die door het winterse verblijf op de stal stram werden. Dat rijden werd steffensrieden genoemd, en hier en daar wordt het nog wel georganiseerd, vaak door een manege. Om warm te worden na de winterse rit was er vaak een borrel (niet zelden eindigde het steffensrieden in een drankgelag), en in Losser dus ook een maaltijd met boerenkool.

Slepen

Opvallend is dat er vroeger op Kerstavond ook wel oliebollen op tafel kwamen – weer een gebruik dat versprongen is, nu van Kerst naar Oudejaar. Dat merkwaardige verspringen tussen beide feestdagen vinden we ook bij het gebruik van het slepen, het weghalen van voorwerpen van bijvoorbeeld het boerenerf om ze op een andere plaats achter te laten. In de laatste jaren was dat een Oudejaarsgebruik, hoewel die tijd ook al weer achter ons ligt. Vanaf ongeveer de jaren tachtig zitten de jongelui liever in de gezelligheid van disco, keet of husie te wachten op het afsteken van vuurwerk, dan zich in de kou een breuk te tillen aan de steeds zwaarder wordende werktuigen.

Volksgeloof

Dat verslepen gebeurde vroeger dus op Kerstavond. Dan moest op het boerenerf alles aan kant zijn, want anders kwam volgens het volksgeloof Derk (of Durk) met de beer, of Durk met de zeven hundties. Dieren spelen wel meer een rol in het volksgeloof rond Kerstnacht. Om twaalf uur ’s nachts mag je niet in de stal komen, want dan praten de dieren (en dat is kennelijk geen prettige ervaring). Alle koeien liggen dan op één zijde en alle kippen staan op één poot. De functie van dit volksgeloof zal wel zijn om duidelijk te maken dat de Kerstdagen, die op een willekeurige dag in de week vallen, toch echt als een zondag beschouwd moeten worden, en dus onder het gebod van de zondagsheiliging vallen. Niet werken dus, en dat betrof ook het werk dat zich niet in de stal afspeelde, zoals het spinnen. Ook daar had het bijgeloof een verhaal voor: een spinnenwiel dat in de Kerstnacht draaide, zou daarna nooit meer stoppen.

In Staphorst werd ook gezegd dat je op Kerstavond niet in de spiegel moest kijken, want dan zag je degene met wie je zou trouwen. Dat kon dan misschien nog aanlokkelijk zijn, maar er was ook het risico dat je in de spiegel een doodskist zag, en dat betekende dat je ongetrouwd zou blijven. De doodskist in de spiegel was overigens een volksgeloof dat in heel Noord-Nederland voorkwam, maar de koppeling aan Kerstnacht is typisch voor Staphorst. Meestal ging het in de verhalen over de spiegel van de waarzegster op de kermis*.

Kerstpakket

Wat in onze tijd ook bij Kerst hoort, is het kerstpakket: een beloning in natura bovenop de reguliere uitbetaling voor de verrichtte arbeid. Zo’n beloning bestond vroeger ook wel, maar niet in de vorm van een compleet pakket, en ja, het kon net zo goed rond Oudejaar gegeven worden. In Noordoost-Twente kregen de knechten en meiden op de boerderij op Oudejaarsdag vrij, en ze hoefden pas op 2 januari, vóór het melken, terug te zijn. Dan was er genoeg tijd om naar het ouderlijk huis te gaan, en daar de Oudejaarsmaaltijd te bereiden; in Saasveld heette dat dan ook hen kokken goan. Van de boerin kreeg men dan een krentenbrood en een metworst mee; een laat (maar cultuursociologisch gezien vroeg) kerstpakket.

*Mij meegedeeld door de Groningse volkskundige dr. J. van der Kooi. Alle overige informatie in deze bijdrage is afkomstig uit het materiaal van het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten.

Reacties

afbeelding van Jan Timmerrman
Ik kom oorspronkelijk uit Mariënberg, waar het de gewoonte was om op oudejaarsavond veel vlees, en ook verschillende soorten vlees en worst, te eten. En volgens mij was dat in de streek van NO-Overijssel geheel de gewoonte, in ieder geval bij de boeren.
afbeelding van willem kappe
Geboren en getogen in Staphorst. Maar nooit zo,n verhaal gehoord over het in de Spiegel kijken. Wat is jullie bron?
afbeelding van Seine Seigers
In de omgeving van Bruchterveld/Kloosterhaar werden op Nieuwjaarsnacht allerlei boeren wagens, tuinbanken e.d. rondom de kerk geplaatst, op Nieuwjaarsdag moest de koster eerst de ingang van de kerk vrijmaken. Was je in Kloosterhaar een tuinbank kwijt dan keek je maar even op het trafo huisje naast kruidenier Sickman.
afbeelding van Jan Huls
Als geboren Staphorster zou ik het verhaal moeten herkennen, maar ik kan het niet plaatsen. Wel weet ik dat aan de zijkant van de spinde, een grote kast, een groe spiegel hing. Bij het aankleden, vooral met de zondagse kledij, was dat heel handig.
afbeelding van Bert Lok
Veel herken in deze bijdrage met name het nieuwjaarofwinnen en het slepen van allerlei spullen. Maar ik vraag mij af of een z.g. Nieuwjaarswens in dichtvorm in het begin van de vorige eeuw ook een algemeen gebruik was. Ik heb namelijk zo’n met de hand geschreven Nieuwjaarswensch in mijn familiearchief die bestemd was voor mijn grootouders of overgrootouders
afbeelding van Jannie stam
Wij aten In beltschutsloot 2de kerstdag s avonds beschuit met warme chocolademelk erop En daarna was er zondagsschool kerstfeest in het dorpshuis Daar vroegen wij als kind elkaar hoeveel beschuiten heb jij gegeten Wie de meesten had opgegeten was natuurlijk de held van de avond Totdat er een jongen ervan moest overgeven En ja natuurlijk net op de schoenen van de dominee In sommige gezinnen wordt het nog gedaan
afbeelding van Adrie Strikker-Hemmink
Prachtig en informatief stuk.