Geplaatst door: 
HansGielen92
Verhaal

Overijsselse jongens in de Grande Armée

Auteur: 
Hans Gielen

In 1810 werd Nederland toegevoegd aan het Franse Keizerrijk. Voor het eerst moesten Nederlandse jongens zich melden voor hun dienstplicht. Om beter toezicht te hebben op wie gerekruteerd moest worden, voerde Napoleon de Burgerlijke Stand in. Een deel van de soldaten ging mee op veldtocht naar Rusland.

 

Een korte voorgeschiedenis

In 1789 brak de Franse Revolutie uit. Het ancién regime met zijn privileges voor de adel werd ingewisseld voor een samenleving gebaseerd op Verlichtingsidealen. Alle burgers waren vanaf dit punt voor de wet gelijk. Na de onthoofding van Lodewijk XVI werd Frankrijk in 1793 een Republiek. In datzelfde jaar verklaarde Frankrijk de oorlog aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en werd de revolutie naar omringende landen verspreid.

In januari 1795 trok het Franse leger over de bevroren rivieren Nederland binnen. Kort daarna riepen de Nederlanders met Franse steun de Bataafse Republiek uit. Nederland was nooit een sterk gecentraliseerde staat geweest en een deel van de bevolking wilde dat graag zo houden. Na heel wat gebakkelei werd er een middenweg gevonden tussen een centrale regering en gewestelijke autonomie. Napoleon vond echter dat de Bataafse Republiek sterke leiding miste. Hij vroeg aan Deventenaar Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825), die als ambassadeur werkzaam was in Parijs, een nieuwe grondwet te schrijven. In 1805 werd Schimmelpenninck, die woonde in kasteel het Nijenhuis in Diepenheim, zelf de raadspensionaris van de Republiek.

Schimmelpenninck was bij Napoleon al snel weer uit de gratie.  In 1806 besloot hij daarom zijn broer Lodewijk Napoleon als koning aan te stellen met de verwachting dat de familieband hem tot grotere volgzaamheid zou bewegen. Maar ook Lodewijk kwam in Napoleons ogen te veel op voor de belangen van de Bataafse Republiek. Hij had volgens de keizer meer moeten doen om bijvoorbeeld de dienstplicht in te voeren. Nederland werd daarom per decreet in 1810 bij Frankrijk ingelijfd.

Dienen voor het vaderland

In Frankrijk was er sinds 1798 een actieve dienstplicht met de invoering van de Loi Jourdan. De oorlogen die Frankrijk voerde, vereisten dat er steeds nieuwe manschappen getraind en ingezet konden worden. Veel ouders zagen hun zoons echter liever niet in het leger gaan. De overlevingskansen op het slagveld waren klein en veel gezinnen konden hun zoons niet missen voor het werk op het land. Burgemeesters hadden een belangrijke rol bij het opstellen van de lijsten voor dienstplichtigen. Zij gaven weinig medewerking met het uitzenden van soldaten uit hun gemeente. De burgemeester van … stuurde bijvoorbeeld met opzet te kleine mannen , wetende dat deze uiteindelijk om lichamelijke redenen werden afgekeurd. Om dit regionale verzet tegen te gaan, ontstond er een systeem met kantons en onderprefecturen die boven de burgemeester stonden en zo toezicht konden houden.

Toen Nederland in 1810 werd ingelijfd bij Frankrijk, was er dus een heel uitgekiend systeem van loting en keuring dat direct vanuit Frankrijk gekopieerd kon worden. Het gewest Overijssel, dat inmiddels Monden van de IJssel heette, werd onderverdeeld in de arrondissementen Zwolle, Almelo en Deventer. Zij werden vervolgens weer opgedeeld in verschillende kantons. Onder het arrondissement Deventer vielen Deventer, Ommen, Raalte en Hardenberg. Elk kanton moest zorgen voor een minimum aantal aan soldaten. Bij elkaar moest deze groep in 1812 zorgen voor 70 soldaten.

De burgemeester bleef een belangrijke rol vervullen. Hij moest een lijst maken met twintigjarige jongens die klaar waren voor hun dienstplicht. Dit bracht nog steeds problemen met zich mee. De burgemeester van Raalte stuitte op een aantal problemen waar hij voor te rade ging bij de onderprefect van Deventer. Wat moest hij bijvoorbeeld doen met Teunis Nijmeier. Hoewel zijn ouders nog in zijn gemeente woonden, was Teunis al verdwenen. Een ander probleem deed zich voor wanneer iemand niet kon aantonen hoe oud hij was. Zo was een jongen niet te vinden in het doopregister. Noch hij, zijn vader of de schout wist hoe oud hij was. Wellicht was dit een slimme truc om de dienstplicht te ontwijken.

Na het opstellen en opsturen van de lijst vond de loting plaats. Bij de loting moesten alle burgemeester van dat kanton aanwezig zijn. In het openbaar stopten alle jongens een biljet in een glazen bol die voor iedereen zichtbaar was. Vervolgens werden er loten uitgetrokken en moesten de mannen die werden getrokken in dienst. Zij werden eerst medisch gekeurd. Dit vond direct plaats na de loting. Iemand kon afgekeurd worden omdat hij bijvoorbeeld ziek, verminkt, blind of te klein was.

Ook waren er verschillende manieren waarop iemand zijn dienst kon ontlopen of in ieder geval uitstellen. Als je als man de enige kostwinnaar van het gezin was, kon je een verzoek indienen om op het einde van de lijst geplaatst te worden. In het Frans heette dit fin de dépôt. Hiermee ontweek hij de dienstplicht niet, maar werd hij als laatst opgeroepen. Een voorbeeld hier van is Jan Bakker uit Holten. Jan was de oudste broer in een gezin met drie kinderen en zijn vader was overleden. Hij was daarom onmisbaar in het gezin. De burgemeester van Holten deed daarom een aanvraag om Jan aan het einde van de lijst te plaatsen. Zij die zich het konden veroorloven, konden ook een vervanger betalen om in hun plaats in het leger te dienen. Deze vervangers werden remplaçanten genoemd. Willem Siemons uit Hellendoorn betaalde in 1812 Willem Klein om zijn plaats in te nemen. Willem betaalde 1180 frank bij vertrek en 1260 frank na een dienst van twee jaar.

Een mannenzaak?

Het verhaal hierboven laat het lijken alsof het leger uitsluitend een zaak was voor mannen. Niks is minder waar. Een groot deel van het leger dat vertrok bestond uit vrouwen. Vrouwen van soldaten die meegingen waren daarnaast actief in de verpleging van gewonde soldaten, het opbouwen van fortificaties. Een andere belangrijke rol die vrouwen vervulden was die van marketentster. Dit waren vrouwen die allerlei soorten levensmiddelen aanboden aan militairen. Hun belangrijkste waar bestond uit voedsel en vooral drank. Ook verkochte deze vrouwen hun ‘gezelligheid’ en was er via hen ook veel prostitutie te vinden in de legerkampen. Helaas is deze groep minder goed gedocumenteerd dan de militaire mannen en is het moeilijk op te zoeken wie er is meegegaan.

Vrouwen die meevochten waren een minder veel voorkomend verschijnsel, al gebeurde dit wel. Er zijn verhalen bekend waar vrouwen verkleed gingen als man om mee te vechten. De reden die ze hiervoor gaven was om te vechten voor het vaderland of om hun man te beschermen. In Overijssel is er ook een dergelijk geval bekend. Francina Broese Gunningh uit Kampen, vooral bekend als Frans, verkleedde zich om mee te vechten in het Pruissische leger. Vrouwen die zich verkleedde als man is geen uniek historisch verschijnsel. Op deze manier konden homoseksuele vrouwen een uitweg vinden voor datgeen wat verboden was. Na de legalisering van homoseksualiteit, ook als gevolg door de komst van Napoleon, kwam travestie steeds minder vaak voor.

Naar Rusland

Frankrijk was jarenlang in oorlog met verschillende coalities, waar Rusland sinds 1799 bij betrokken was. Bij Austerlitz en Friedland werden deze oorlogen in het voordeel van Frankrijk beslecht. In 1807 kwam er een vrede tussen Napoleon en tsaar Alexander I. Op rivier de Memel, die de feitelijke grens was tussen Franse en Russische invloedssfeer, werd de vrede van Tilsit getekend. Eén van de voorwaarden van de vrede was dat Rusland zich zou houden aan het Continentale Stelsel wat Napoleon in Europa had ingevoerd. Dit stelsel hield in dat er geen handel mocht worden gedreven met Groot-Brittannië. Het embargo bracht evenwel veel economische problemen met zich mee. De tsaar knoopte daarom in 1810 weer relaties aan met Groot-Brittannië en kneep een oogje toe naar Britse smokkelaars. Daarnaast waren er verschillende diplomatische conflicten, zoals de stichting van het Hertogdom Warschau wat de tsaar als een dreiging beschouwde. Wellicht speelde ook het ego van twee grote staatsmannen een belangrijke rol.

De moeizame relatie tussen beide landen leidde in 1812 tot de Russische veldtocht van Napoleon. De Franse Keizer wist dat hij voor deze oorlog voldoende voorbereidingen moest treffen. De afstand tussen Parijs en Moskou was groot en de bevoorradingslijn moest in zijn geheel worden verdedigd. Hij stelde een leger samen van maar liefst 611.900 soldaten. Slechts 302.000 van deze soldaten kwamen van Frans grondgebied. De rest bestond uit Polen, Zwitsers, Duitsers en ook 20.000 Nederlanders. Een van deze Nederlanders was Harm Dulmer uit Heino. Hij werd geboren op 26 oktober 1791. In 1811 werd hij 20 en moest dus het leger in. Hij werd geplaatst in het 123e regiment onder leiding van Generaal Oudinot. Harm is als vermist opgegeven en de kans is zeer aanwezig dat hij de oorlog niet heeft overleefd.

Sommige dienstplichtigen hadden de bui al zien hangen en besloten om te deserteren. Eén van hen was Gerard Pijl uit het departement Deventer. Op 21 november 1811 nam hij tijdens de mars naar Stettin, in het huidige Polen, met zijn hele hebben en houwen de benen. Waarschijnlijk was het de bedoeling dat hij mee moest gaan naar Rusland. Gerard was 1 meter 93 en hij moest daarom niet moeilijk zijn om te vinden in een tijd dat de gemiddelde lengte ongeveer 1 meter 70 was. Uit het departement Deventer deserteerden dat jaar dertig dienstplichtigen.

Op 24 juni 1812 was het dan zo ver. Napoleon stak de Memel over. De bevoorrading was zeer slecht en de eerste veertien dagen verloor het leger al 135.000 man als gevolg van desertie en ziektes. Deze kwellingen sleepten zich voort, omdat de Russische generaal zich steeds verder terugtrok en een grote beslissende veldslag uitbleef. Ook zetten de Russen het land in vuur en vlam zodat de Fransen niet van het land konden leven. Pas 120 kilometer voor Moskou vond de eerste grote veldslag bij Borodino plaats. Het Franse leger wist tegen grote verliezen te winnen. Toen Napoleon in Moskou aankwam, trof hij een lege stad aan. De stad werd vervolgens ook nog eens in brand gestoken door de Russen en dit dwong Napoleon om terug te keren.

De terugtocht van Napoleon zou berucht worden vanwege het hoge aantal slachtoffers en de extreem barre omstandigheden. De soldaten waren te slecht gekleed voor de winter, de bevoorrading was zo goed als gestopt en er heersten allerlei ziekten als tyfus en loopgravenkoorts. Het Franse leger raakte opgesplitst en werd bestookt door Russische aanvallen. Bij de oversteek van de Berezina, een rivier in het huidige Wit-Rusland, bouwden Nederlandse regimenten een noodbrug en dekten de aftocht. De oversteek kostte duizenden militairen het leven.

Jacobus Tellegen

Op 12 januari 1836 verscheen in Deventer generaal-majoor Jacobus Antonius Tellegen bij de gemeente. Hij was op 65-jarige leeftijd vader geworden van Jacobus Lambertus Noël. De hoge leeftijd van Tellegen was niet eens het meest spectaculaire aan deze akte. Als luitenant-kolonel van het 128e regiment van de linie heeft hij gediend in de veldtocht naar Rusland. Jacobus werd op 28 januari 1771 geboren in Groenlo. Hij was blonde katholieke man van 1 meter 73 lang. Hij sprak Frans, Duits en Nederlands en was al sinds 1788 in dienst als beroepsmilitair. Tijdens de slag bij de Berezina werd Tellegen in zijn borst geraakt. Hij wist te vluchten naar een dorp waar hij hulp kon krijgen. Het dorp was inmiddels al volgelopen met gewonde soldaten. Toen zij hoorden dat de Russen eraan kwamen, sloegen zij op de vlucht. Met behulp van andere officier kon hij de weg vinden naar Vilnius. In Vilnius zou het leger weer hergroeperen. Het zou een barre tocht worden. Hij moest in tien dagen tweehonderd kilometer marcheren. De kleren die hij aan had waren versleten en hij had nauwelijks eten. Eenmaal aangekomen, kon hij amper op adem komen. De dreiging van de Russen was alom aanwezig. Soldaten die niet verder wilden of konden, werden gevangengenomen of gedood. Op 13 december wist Tellegen de Memel over te steken. In Pruisen had hij de mogelijkheid om kleren en eten te kopen en kon hij met een wagen terug naar huis.

Slachtoffers

Het is onduidelijk hoeveel slachtoffers er precies zijn gevallen tijdens de Russische Campagne. Waar iedereen het over eens is, is dat aantal dat gesneuvelden hoog lag. De vraag is alleen hoe hoog. Een veel gehoord verhaal is dat er ongeveer 15.000 Nederlandse soldaten naar het Russische front trokken. Van dit aantal zouden slechts 500 zijn teruggekeerd. Als dit klopt, betekent dat er tijdens deze veldtocht Meer Nederlandse soldaten zijn gesneuveld dan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een andere historicus is ervan overtuigd dat dit getal niet klopt. Het getal 15.000 is allereerst alleen een weergave van de lichting van 1812. Het leger dat onderdeel was van de Grand Armée moet  rond de 20.000 soldaten hebben geteld. Een schatting van het aantal slachtoffers kunnen wij maken aan de hand van Legioen van Oranje. Dit leger was samengesteld op aandringen van de latere Koning Willem I (1772-1843). Hij vroeg zijn zwager, Koning Frederik Willem III van Pruisen , om hulp. Na lange diplomatieke gesprekken mocht hij een leger vormen die bestond uit Nederlandse soldaten die gevangen waren genomen uit het leger van Napoleon of die waren gedeserteerd. Op basis van ooggetuigenverslagen en transsportlijsten van gevangenen komt dit aantal op ongeveer 10.000 soldaten. Dit leger zou een belangrijke rol gaan spelen bij het bevrijden van Nederland van het Franse bezet.

Deze hele pagina over aktes van de burgerlijke stand op MijnStadMijnDorp hebben we feitelijk te danken aan een tijd waar Nederland een onderdeel was van het Franse Keizerrijk. Uit deze tijd komen zaken die wij tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen. Het beschikken over een burgerlijk wetboek, het metrieke stelsel, nationale musea en zelfs het rechts rijden. Deze tijd was voor sommigen echter vooral een tijd van gevaar en geweld, zoals de Russische Veldtocht heeft kunnen laten zien.

Reacties

afbeelding van Gert Mulder
Ik ben een rechtstreekse nazaat (zesde generatie) van zo'n Overijsselse jongen die sneuveld is bij de oversteek van de rivier de Berenzina gedurende de terugtocht van het leger van Napoleon uit Moskou. Die Overijsselse jongen, Hendrik (Henri) Mulder, gedoopt 17 april 1782 in de Broederkerk te Kampen (gereformeerd), woonde op het moment van inschrijving in het leger, met zijn vrouw, in Amsterdam. Hij diende als Henri Mulder in het 3e regiment van Garde Grenadiers te voet, in het leger van Napoleon. Stamboeknummer 561, Inventarisnummer 20Yc11 bij Service Historique de la Defence, Vincenne/Paris. Gevechten in en rond de stad Krasnoj op 17 november 1812 vormden de ondergang van het derde regiment (41 man over, van de 11.458 man in augustus 1810 in Parijs). Henri Mulder vertrok met zijn regiment op 30 maart 1810 vanuit Amsterdam. Op 27 november 1810 werd in Amsterdam zijn zoon, Hendrik Mulder geboren, die zich later weer in Zwollerkerspel vestigde. Vijf generaties na hem werd ik in 1956 in Zwolle geboren. Al die generaties werd het verhaal doorverteld in de familie. 'Vive L'Empereur' werd in Zwolle 'Leve de lamme zien breur'.
afbeelding van MSMD webredactie
Interessante toevoeging! Dank voor het delen! Met vriendelijke groet, Team MSMD
afbeelding van Joke Wesselink
Ik ben ook een rechtstreekse nazaat vijf stappen van iemand die in Rusland is omgekomen uit Overijssel, maar weet hier geen feiten van, zijn naam was Gerrit van Son (Zon) geboren in 1773 in Deventer en gesneuveld in 1812 in Rusland, hij was getrouwd met Jacomina Roskam, hij liet 2 kinderen achter, Willemina en Hendrik Jan, de laatste is geboren 5 jaar voor dat de vader omkwam.
afbeelding van Constant De Maeijer
In 1810 werd Nederland toegevoegd aan het Franse Keizerrijk. Voor het eerst moesten Nederlandse jongens zich melden voor hun dienstplicht. Zijn Limburgers en Zeeuwsvlamingen geen Nederlandse jongens? Daar al in 1798 de consciptie ingevoerd. Wat zijn in hemelsnaam Nederlandse jongens?